Richtlijnen ten aanzien van het Coronavirus

Richtlijnen ten aanzien van het Coronavirus | Tel: 0113-23 25 29 (24/7)

Reglement Raad van Toezicht

 1. Statutaire en wettelijke taak

1.1 De Raad van Toezicht houdt toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. De Raad van Toezicht staat het bestuur met raad terzijde.

1.2 Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden instellingen.

2. Bevoegdheden

2.1. De bevoegdheden van de Raad van Toezicht zijn opgenomen in de statuten. Deze bevoegdheden hebben, naast de bevoegdheden die voortvloeien uit de wettelijke en de statutaire taak (toezicht op het bestuur en advies aan het bestuur), betrekking op het volgende (waarbij wordt verwezen naar bepalingen in de statuten zoals die bij de vaststelling van dit reglement luiden):
a. bepalen aantal bestuurders;
b. aanwijzing tijdelijke bestuurders bij ontstentenis of belet;
c. benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders;
d. vaststelling bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van bestuurders
e. goedkeuring taakverdeling bij meerhoofdig bestuur;
f. goedkeuren besluiten bestuur;

g. goedkeuring vaststelling bestuursreglement;
h. beperking bestuursbevoegdheid;
i. goedkeuring van de door het bestuur opgestelde jaarrekening;
j. goedkeuring wijziging van de statuten en ontbinding van de stichting.

2.2 Bij zijn taakvervulling als toezichthouder op het bestuur ziet de Raad van Toezicht er met name op toe dat de uitvoering van het bestuursbeleid strookt met de vastgestelde en door de Raad van Toezicht goedgekeurde beleidsplannen en beleidsuitgangspunten.

De Raad van Toezicht ziet er voorts op toe dat het bestuur tijdig en regelmatig rapporteert over aangelegenheden die voor de toezichthoudende taak van de Raad van Toezicht van belang zijn. In ieder geval ziet de Raad van Toezicht er op toe dat het bestuur regelmatig rapporteert over de strategie ten aanzien van de hoofddoelen van de stichting en ten aanzien van de kwaliteit van de zorg en de omgang met ethische vraagstukken, alsmede de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, de financiële verslaglegging, de naleving van wet- en regelgeving en het als zorgorganisatie op passende wijze uitvoering geven aan het zijn van een zorgonderneming met een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid.
2.3 De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks het functioneren van het bestuur. De voorzitter van de Raad van Toezicht en een daartoe door de Raad van Toezicht aangewezen ander lid voeren jaarlijks een functioneringsgesprek met de bestuurders en betrekken daarin tevens de bij de evaluatie van de Raad van Toezicht vastgestelde aandachtspunten.

2.4 Hoofdstuk 4 van de Zorgbrede Governancecode d.d. januari 2010, waaronder artikel 4.5. inzake “Belangenverstrengeling”, is op de Raad van Toezicht van toepassing.

2.5 De Raad van Toezicht kent een drietal commissies: de selectie- en
benoemingscommissie, de auditcommissie en de
remuneratiecommissie.
Voor de werkwijze wordt verwezen naar de vigerende reglementen.

2.6 De Raad van Toezicht ziet er op toe, dat ten aanzien van de Raad van Bestuur er geen strijdigheid ontstaat tussen enerzijds de persoonlijke belangen van de bestuurders en anderzijds de belangen van de stichting.
De leden van de Raad van Bestuur zijn verplicht de (voorzitter van de) Raad van Toezicht in kennis te stellen van mogelijke tegenstrijdige belangen als in vorige volzin bedoeld. De Raad van Toezicht is bevoegd besluiten te nemen over de te volgen procedure in geval van tegenstrijdige belangen tussen een lid van de Raad van Bestuur en de stichting.

3. Samenstelling raad van toezicht.

3.1 In artikel 9 van de statuten is een regeling opgenomen met betrekking tot de samenstelling van de Raad van Toezicht. Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in artikel 4.4 van de Zorgbrede Governancecode.

3.2 Ingevolge het bepaalde in artikel 9, lid 2 van de statuten dient de Raad van Toezicht een profielschets op te maken ten behoeve van de benoeming van zijn leden. Deze profielschets zal door de Raad van Toezicht ter kennis worden gebracht van het bestuur, van de ondernemingsraad en de cliëntenraad. De Raad van Toezicht geeft het bestuur, de ondernemingsraad en de cliëntenraad kennis van wijzigingen in de profielschets. De verplichtingen van de Raad van Toezicht met betrekking tot deze kennisgevingen houden niet in dat het bestuur en/of de ondernemingsraad en/of de cliëntenraad zeggenschap hebben ten aanzien van de vaststelling van de profielschets. De profielschets is als bijlage bij het reglement gevoegd.

4. Besluitvorming.

4.1 In artikel 10 van de statuten zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de wijze van besluitvorming van de Raad van Toezicht.

4.2 De Raad van Toezicht zal zich zoveel mogelijk onthouden van het nemen van besluiten, die inbreuk maken op de autonome positie van de Raad van Bestuur, tenzij dit geschiedt overeenkomstig artikel 7 van de statuten.

5. Bezoldiging

5.1 De Raad van Toezicht stelt overeenkomstig artikel 9, lid 11 van de statuten de bezoldiging van de leden van de Raad van Toezicht vast. Hierbij kunnen de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders (NVTZ) gevolgd worden.

5.2 De bezoldiging van een lid van de Raad van Toezicht is niet afhankelijk van de resultaten van de zorgorganisatie.

6. Jaarlijkse verantwoording

6.1 De Raad van Toezicht legt jaarlijks, conform de Zorgbrede Governancecode, in het jaardocument verantwoording af over:
a. de door de wet voorgeschreven informatie over de hoogte en de structuur van de bezoldiging van de individuele leden van de Raad van Toezicht en de leden van de Raad van Bestuur;
b. het werken met een profielschets bij samenstelling van de Raad van Toezicht;
c. het periodiek zelf als Raad van Toezicht beoordelen van het eigen functioneren;
d. de mate waarin de Raad van Toezicht invulling geeft aan al zijn taken;
e. de mate waarin aan de noodzakelijke informatie aan de Raad van Toezicht wordt voorzien;
f. de periodieke beoordeling van het functioneren van de Raad van bestuur/directie;
g. de beoordeling van leden van de Raad van Toezicht voorafgaand aan herbenoeming;
h. het waarborgen van onafhankelijkheid van de leden van de Raad van Toezicht.

7. Einde lidmaatschap

7.1 Conform de statuten, artikel 9, lid 6 kan de Raad van Toezicht in een speciaal daartoe bijeen te roepen vergadering, welke besluit ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen behoeft in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is, besluiten tot beëindiging van het lidmaatschap van de Raad van Toezicht in het bijzonder in geval van:
– een door de Raad van Toezicht bij herhaling geconstateerd onvoldoende functioneren van het betreffende lid;
– een structureel verschil van inzicht ten aanzien van de hoofdlijnen van het te voeren beleid tussen het betreffende lid en de overige leden van de Raad van Toezicht;
– een door de Raad van Toezicht vastgestelde onverenigbaarheid van belangen tussen het betreffende lid en de belangen van de stichting.
– een door de Raad van Toezicht vastgestelde onverenigbaarheid van functie(s) van het betreffende lid en het lidmaatschap van de Raad van Toezicht.

7.2 Alvorens de Raad van Toezicht besluit tot ontslag zal het betreffende lid tevoren in de gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze te dien aanzien in een vergadering van de Raad van Toezicht kenbaar te maken.
Van het verhandelde in de vergadering worden, conform artikel 10, lid 7 van de statuten, notulen gehouden.

8. Evaluatie functioneren

8.1 De Raad van Toezicht evalueert zijn functioneren tenminste jaarlijks buiten de aanwezigheid van de Raad van Bestuur en informeert de Raad van Bestuur over de uitkomsten hiervan, voor zover dit van belang is voor het functioneren van de Raad van Bestuur.

8.2 Voorafgaand aan de evaluatie van het functioneren van de Raad van Toezicht stelt de voorzitter van de Raad van Toezicht in een daarvoor geagendeerd overleg de Raad van Bestuur in de gelegenheid om gezichtspunten inzake het functioneren van de Raad van Toezicht naar voren te brengen.

8.3 De Raad van Toezicht voert tenminste jaarlijks met de Raad van Bestuur als geheel een evaluatiegesprek over het wederzijds functioneren van beide organen op zich en in relatie tot elkaar.

9. Wijziging van het reglement.

9.1 Dit reglement kan door de Raad van Toezicht worden gewijzigd of aangevuld. Over een voorgenomen wijziging of aanvulling van het reglement wordt advies gevraagd van het bestuur.

Vastgesteld in de vergadering Raad van Toezicht, d.d.

Statuten ABT Zeeland deel 1

Statuten ABT Zeeland deel 2

Statuten Iriz beheer deel 1

Statuten Iriz beheer deel 2

Kernwaarden Iriz

  • Respect
  • Oog voor de mens
  • Thuis blijven wonen
  • De vraag achter de vraag

Contact opnemen

0113-232529

0113-232989

info@iriz.org

Ik wil zorg Ik Zoek Informatie Ik Zoek Werk